Methaanemissies

Afvalzorg heeft jarenlange ervaring met het kwantificeren van methaanemissies afkomstig van stortplaatsen.

De hoeveelheid methaan die wordt uitgestoten kan op twee manieren worden bepaald:

  • door middel van modellering
  • door ter plaatse emissiemetingen te verrichten.

Methaanemissie modellen
De afgelopen jaren heeft Afvalzorg een onderzoek verricht naar zes methaanemissie modellen, waarvan er vier door Europese lidstaten worden gebruikt om methaanemissies te registreren conform de vereisten in de European Pollutant Release and Transfer Register (E-PRTR) verordening. Bij het vergelijken van de modellen traden er grote verschillen op in de uitkomsten. Dit roept de vraag op in hoeverre de doelstellingen van de E-PRTR verordening kunnen worden behaald. Vergelijken in Europees verband heeft namelijk alleen maar zin als de gegevens die worden verkregen door middel van modellering vergelijkbaar zijn.

Afvalzorg is van mening dat, als we streven naar het registreren en rapporteren van vergelijkbare, consistente en accurate Europese data over methaanemissies, er duidelijke richtlijnen moeten komen over hoe kwantificering van methaanemissie te verrichten met behulp van modellering. Afvalzorg deelt de kennis die zij heeft opgedaan in dit onderzoek graag om ervoor te zorgen dat gegevens, zowel verkregen door middel van modellering als door middel van metingen, een consistent gedrag gaan vertonen. Zowel binnen Nederland als ver buiten haar landgrenzen. Vanaf 2009 tot heden heeft Afvalzorg de Europese Commissie ondersteund bij het opstellen van verbeterde richtlijnen voor stortgasemissie beheersing. Met ondersteuning van Agentschap NL is een eenvoudig model voor gasvorming en -onttrekking opgesteld. Dit model is gebaseerd op de meest recente richtlijnen van IPCC.

Methaanemissie metingen
In samenwerking met ECN (Energie Centrum Nederland) heeft Afvalzorg een nieuwe, simpele en goedkope methode getest en in ontwikkeling, om ter plaatse methaanemissie metingen te kunnen verrichten met behulp van gasmonster flessen. Deze simpele methode is getest op stortplaatsen in Nederland en Denemarken en vergeleken met de wetenschappelijk beproefde Dynamische Pluim Methode (DPM).
De nieuwe methode wordt ook wel "Statische Pluim Meetmethode" genoemd (SPM) en maakt gebruik van gevacuumeerde gasmonster flessen voorzien van een capillair. Door de gasmonster flessen haaks op de wind en benedenwinds in de omgeving van de stortplaats te plaatsen en te openen, zuigen deze zich via het capillair vol met buitenlucht bij een vastgestelde snelheid. Deze buitenlucht bevat zuurstof en stikstof, maar ook methaan en tracergas dat vrijkomt uit de stortplaats. Vier tot vijf uur na plaatsing zijn de monsterflessen voldoende volgezogen en worden ze gesloten. De inhoud van de flessen wordt in een lab geanalyseerd op methaan en tracergas. De uitstoot van methaan kan worden bepaald uit de verhouding tussen het losgelaten tracergas en de gezamenlijke concentratie van het aanwezige methaan in de verschillende monsterflessen. Uit onderzoeken blijkt dat de resultaten van de simpele en goedkope Statische Pluim Meetmethode niet onder doen voor de wetenschappelijk beproefde en dure Dynamische Pluim Methode.

Downloads
Bij het blokje Meer informatie op deze pagina kunt u onze artikelen, modellen en handleidingen downloaden.

 

Deze pagina afdrukken